Marjorie Ritsema Van een kerstboom in april tot twee appeltaarten
Marjorie is regisserend wijkverpleegkundige bij TSN Zorg voor wijkteam Emmen. In haar blogs vertelt ze over haar ervaringen. En hoe goede wijkverpleging en zorg soms niet begint met handelen, maar met luisteren.
De assistente van de huisarts belde met een vraag die ze voorzichtig leek te formuleren. Ze vertelde over een man die zorg weigerde en volgens haar met elke hulpverlener ruzie had. Al drie zorgorganisaties waren eerder betrokken geweest, maar hadden de zorg uiteindelijk beëindigd. Het lukte niet meer, zei ze. Er was geen ingang. Of wij misschien toch eens wilden gaan kijken “omdat ons team goed is met dit soort situaties.” Fijn om deze bevestiging ook vanuit de huisartsenpraktijk te krijgen!
Toen ik op intake ging, deed ik wat ik als wijkverpleegkundige altijd eerst doe: kijken, luisteren en inschatten. Wat ik aantrof, was geen onwil, maar een man die volledig was vastgelopen. Iemand met duidelijke signalen van psychische overbelasting, schuldenproblematiek en een huishouden dat hij niet meer kon overzien. Vanuit professioneel oogpunt zag ik iemand bij wie draaglast en draagkracht al lange tijd niet meer in balans waren. En als mens zag ik vooral iemand die al lange tijd niet meer was gehoord.
Ik besloot daarom bewust eerst geen zorgdoelen of interventies te formuleren. Niet omdat ze er niet waren, maar omdat de basis ontbrak. Ik deed mijn jas uit en ging zitten. In zijn woonkamer naast de cirkelzaag en voor de kerstboom in april. Ik maakte een opmerking over hoe gezellig het eigenlijk was, die kerstboom die er nog stond. Hij keek me aan en zei: “Ja… wat heeft het ook voor zin om dat ding weer op te ruimen? Voor je het weet is het weer Kerst en ik vind het wel gezellig.” Ik kon hem geen ongelijk geven.
In die ene zin zat zoveel. De moeheid. Het opgeven van het steeds opnieuw moeten. En ook iets van waarheid. Ik voelde dat dit geen verzet was, maar een mens die al te lang alleen had gestaan.
Dat moment, bij die kerstboom, werd het begin van onze samenwerking. Door naast hem te zitten zonder oordeel, zonder haast en zonder de behoefte om alles meteen te ‘repareren’.
In dat moment begon hij te vertellen. Niet in zorgtermen, maar in levensverhalen. Terwijl ik luisterde, hoorde ik wie hij was geweest, wat hem had gevormd en waar hij onderweg zichzelf was kwijtgeraakt. Maar ik hoorde ook iets anders: wie hij weer wilde zijn. Rustiger, met overzicht. Met een leven dat niet alleen uit problemen bestond, maar een gezonder leven waar weer ruimte was om verbinding te maken met anderen.
Dat werd het uitgangspunt van mijn verpleegkundig handelen. Niet het afdwingen van zorg, maar het samen formuleren van een haalbaar doel dat aansloot bij zijn eigen wens en mogelijkheden.
In die eerste periode richtten we ons bewust op de meest acute gezondheidsvragen. Wat op dat moment nodig was, en wat hij ook kon dragen. Geen allesomvattend zorgplan, maar aandacht voor zijn lichamelijke klachten, medicatiegebruik en signalen die niet langer konden wachten. Pas toen daar rust en vertrouwen in ontstonden, konden we de zorg stap voor stap uitbreiden. Niet sneller dan hij aankon, maar wel steeds verder, afgestemd op zijn gezondheid en zijn draagkracht.
We hebben deze man anderhalf jaar in zorg gehad en in die tijd is er nooit sprake geweest van strijd of escalatie. Niet omdat de zorg licht was, maar omdat de relatie stevig genoeg was om moeilijke gesprekken te dragen. Gaandeweg ontstond er ruimte voor concrete stappen. Voor het herstellen van overzicht. Voor het inschakelen van aanvullende ondersteuning. Zijn schulden vormden een groot risico voor zijn gezondheid en welzijn en samen hebben we de weg naar de schuldsanering kunnen inzetten. Dat vroeg tijd, afstemming en vertrouwen, precies waar wijkverpleegkundige zorg het verschil kan maken.
Op een dag zagen we bij ons kantoor iemand voorbijkomen. Buiten stond hij, op zijn scootmobiel, met twee appeltaarten. Van zijn eigen spaarzame weekbudget gekocht. Hij was jarig én hij ging met pensioen. Twee mijlpalen die hij graag wilde vieren. Alleen had hij niemand om zich heen om dat mee te delen, dus kwam hij naar ons. Dat gebaar raakte ons diep. Niet vanwege de taarten zelf, maar omdat het liet zien wat goede zorg kan opleveren wanneer iemand zich gezien en gesteund voelt. En dat hij na een lange tijd weer genoeg waarde in zichzelf zag om zijn leven weer te vieren.
Voor ons team voelde dit als het grootste compliment dat we konden krijgen. Niet omdat we iets uitzonderlijks hadden gedaan, maar omdat we ons vak hadden uitgeoefend zoals het bedoeld is: met klinische blik, professionele nabijheid en respect voor de mens achter de zorgvraag. Voorbij het oordeel.
Soms begint goede wijkverpleging niet met handelen, maar met luisteren. Met zien wie iemand is en wie hij weer wil worden. En dat kan prima bij de kerstboom in april.