Marjorie Ritsema Regisseur tot het einde
Marjorie is regisserend wijkverpleegkundige bij TSN Zorg voor wijkteam Emmen. In haar blogs vertelt ze over haar ervaringen. Dit keer over een excentrieke cliënt met veel humor waarbij ze een klein stukje mocht meelopen tot het einde. Dat hij bijna zelf leek te hebben geregisseerd.
Toen ik hem leerde kennen, wist ik al dat hij niet meer beter zou worden. Hij had terminaal hartfalen in een vergevorderd stadium en zijn lichaam liet zien dat er nog weinig ruimte was. Maar alles aan hem ademde leven. Hij was grappig, scherp en vol verhalen. Hij was niet bang. Niet voor het gesprek over de dood en niet voor het moment zelf.
Hij had een dochter die zielsveel van hem hield. Ze woonde vlakbij en kwam meerdere keren per dag even langs om kleine zorgtaken te doen, maar vooral om even samen te zijn. Hij sprak vaak over haar, met trots en zachtheid. Hij vertelde daarbij rijk over zijn leven: hoe hij had gewerkt, gelachen, gefeest en gedronken. Hoe hij het leven had gevierd, zonder spijt.
Ondanks zijn benauwdheid en slechte gezondheid, bleef hij ondeugend. Soms betrapte ik hem met een sigaretje, met zijn zuurstofbril nog in zijn neus. Daar maakte ik dan als eerste een grap over.
“Ik weet dat u niet bang bent voor de dood, maar ik wil niet graag opgeblazen worden”. Hij schaterde het dan uit van lachen, waarna ik hem vriendelijk, maar toch dringend, vroeg om geen sigaret meer aan te steken met het slangetje in zijn neus.
Hij zei vaak: “Ik weet precies wanneer het mijn tijd is. En dan ga ik."
Ik antwoordde altijd dat de dood zich niet altijd laat regisseren, maar dat ik vertrouwen had dat hij mij wel eens ongelijk kon gaan geven. Op een gegeven moment vroeg hij iets wat mij is bijgebleven. “Wat kan ik nog doen voor mijn dochter?” Niet vanuit angst, maar vanuit zorg. Hij wilde iets achterlaten. Iets tastbaars.
Ik vertelde hem hoe waardevol het kan zijn om iets in handen te hebben, iets wat blijft als iemand er niet meer is. Ik stelde voor om een kaart te schrijven. Hij knikte. Dat wilde hij wel. De kaart heb ik voor hem geregeld, zodat hij zijn woorden kon opschrijven. In zijn eigen tijd, op zijn eigen manier.
De dag dat hij voelde dat het klaar was, nodigde hij zijn dochter en kleinkinderen uit. Hij zei: “Volgens mij is dit de dag.”
Hij wilde naar buiten. In de tuin, in de zon, met nog een laatste glas wijn.
Ik heb hem daar nog naartoe begeleid en samen met zijn geliefden zat hij te stralen, terwijl hij proostte op zijn eigen leven. Alsof er niks aan de hand was. Het contrast was groot, bijna surrealistisch: iemand die zo vol leven in het zonnetje zat, terwijl ik wist dat hij kort na dit moment zou gaan sterven.
De huisarts kwam die middag om hem in slaap te brengen. Hij stond op, liep naar binnen en zei toen ineens tegen mij: “Wil je nog even iets voor me doen?” ik zei natuurlijk dat ik dat wilde. Hij zei: “Ik heb nog wat kleingeld in de la liggen. Dat wil ik graag in mijn borstzakje hebben als ik ga. Dan kan ik in elk geval proberen Petrus bij de poort af te kopen, zodat ik naar binnen mag.” We moesten er allebei om lachen. En we hebben het gedaan.
Voordat hij ging liggen, groette hij iedereen. Hij zwaaide en zei: “Nou, dan ga ik, hopelijk heb ik genoeg kleingeld mee.” Met nog een glas wijn op zijn tafeltje werd hij in slaap gebracht. We gingen ervan uit dat we de komende dagen palliatieve zorg zouden verlenen, maar binnen een uur was hij overleden. Alsof hij het moment echt zelf had gekozen.
Later werd ik door zijn dochter gebeld. Ze wilde graag een afscheidsgesprek. Mijn collega en ik zaten bij haar in de tuin en het was een prachtige dag. Ze vertelde over de kaart die hij voor haar had geschreven. Over zijn woorden, zijn liefde. Over hoe waardevol dat voor haar was.
Toen zei ze ineens: “En ik heb ook nog iets voor jullie.” Hij had zelf nog een kaart geregeld. Voor ons. Om ons te bedanken. Om te zeggen hoeveel het voor hem had betekend dat wij het laatste stukje met hem hadden meegelopen. Zijn handschrift verried hoeveel moeite het hem had gekost het te schrijven en ik heb het dan ook niet zonder tranen kunnen aannemen.
Soms mag je in dit werk een klein stukje meelopen tot aan het einde.
En soms krijg je iets terug wat je niet had verwacht, maar wel meedraagt.