Nieuwe werkwijze bij TSN Zorgeen betere werk-privé balans

Meer informatie over de nieuwe werkwijze
Terug naar het overzicht

Jessica Delhaas-Kolk De rol van de palliatief verpleegkundige

Ik stap een kleine vergaderruimte binnen, met toch wel een aantal onbekende gezichten. 

Er is geregeld wisseling binnen de teams van collega’s; sommige gaan en sommige komen. Het maakt de samenstelling en dynamiek in een team steeds anders. 

Dit team is nog in bespreking en ik sluit aan.

Als palliatief verpleegkundige binnen TSN Zorg zijn we er namelijk niet alleen voor de cliënten en hun naasten, maar ook voor onze medewerkers; mijn directe collega’s. 

Onze gebieden zijn erg uitgestrekt. We krijgen het niet altijd mee als er nieuwe collega’s bij zijn gekomen. Daarom sluiten we sinds dit jaar één of twee keer aan bij een werkoverleg op locatie. En dat is belangrijk om de ‘gezichten’ te zien. Zij die van mij en ik die van hen. 

Van naam kennen ze ons vaak wel, bijvoorbeeld van een rapportage. Maar het gezicht achter de naam zien ze niet altijd. Des te leuker is het om collega’s te treffen als we op huisbezoek zijn.

Het team bespreekt een cliëntsituatie die als ‘lastig’ wordt ervaren en waar ik ook bij betrokken ben. Een fijne manier om met elkaar te ventileren, de zorg te bespreken, te evalueren. Samen. Dat is wel het sleutelwoord. Want hoe kunnen we met elkaar de beste zorg geven aan deze cliënt en zijn naasten, zowel thuis als bij de woonzorglocaties? 

Onze ondersteunende rol als palliatief verpleegkundige naar de collega’s toe is minstens zo belangrijk als naar de cliënt, beide laagdrempelig. 

Terug naar de ‘lastige’ cliënt. We kijken naar het hoe en wat verder. Want kan deze cliënt wel thuis blijven wonen als de situatie verslechterd? En wie zijn we hiervoor nodig? Er volgt, na contact met de huisarts, een proactief zorgplangesprek met de cliënt, waarbij wensen en behoeften zullen worden vast gelegd. Een mooie manier om toekomstgericht te blijven kijken. Dat is heel waardevol én belangrijk.

In onze rol als palliatief verpleegkundige praten we niet ‘alleen over sterven’, maar juist ook over wensen en behoeften bij leven. We zijn er voor cliënten, naasten én onze collega’s.

Toch wordt nog vaak gedacht dat een gesprek met ons standaard gaat over ‘de dood’ als we ergens worden geïntroduceerd. En dat is ergens ook wel logisch. Sterven is immers onderdeel van het leven. Maar er is zoveel meer dan dat om het over te hebben. Wat maakt het dat iemand ’s morgens nog uit bed komt bijvoorbeeld? Het hoeft geen zwaar gesprek te zijn.

Hoe dan ook, het blijft voor mij bijzonder om deel uit te mogen maken van dit proces en in de laatste levensfase.