Wilma Koops Hoe de oorlog nog leeft
Wilma Koops is regisserend wijkverpleegkundige bij TSN en schrijft graag over de dingen die ze tijdens haar werk tegenkomt. Deze keer vertelt ze over meneer van Dalen* de terugkijkt op een bijzonder verleden.
Vandaag tijdens mijn route kwam ik bij meneer van Dalen, een 88-jarige man die in zorg kwam na een gebroken heup. Drie weken terug is zijn wond gaan ontsteken en werd hij opnieuw opgenomen. Nu zit de wond goed dicht en gaat het een stuk beter. Wanneer ik binnenkom, reageert hij enthousiast: "De zorg kan stoppen hoor, ik red me weer helemaal zelf". Hij loopt achter de rollator voor me uit en eigenlijk ziet dat er heel goed uit. Meneer van Dalen is stabiel en erg beweeglijk. Hij mag zijn been nog maar voor 50% belasten, maar zelfs dan, lukt het lopen en is hij vrij soepel in de spieren. "Binnenkort wil ik weer fietsen hoor. Mijn broer is 92 en heeft vorig jaar het fietsen helaas moeten opgeven. Maar daarvoor lukte dat nog prima en dat wil ik ook halen. Terwijl mijn broer het juist in de oorlog het zwaarste heeft gehad van ons twee." Hij begint over vroeger te vertellen. “Het is een gebeurtenis die je nooit vergeet, en in heftige tijden speelt het ineens weer in mijn hoofd. Mijn broer was 12 in het laatste jaar van de oorlog, 1944. Ik was 6. Onze moeder verdeelde het eten in gelijke porties, dus naar verhouding had ik meer te eten dan hij. We woonden in het westen en daar was echt niets meer te eten. De oorlog had geen week langer moeten duren, mensen vielen dood op straat, uitgehongerd. Wij aten bloembollen; smerig, droog en bitter, maar we overleefden." Met kippenvel luister ik naar zijn verhaal. Dat moet verschrikkelijk zijn geweest. Ik ken de verhalen, maar echt een beeld erbij heb ik niet.
"Die moeilijke start van uw leven heeft u toch heel sterk gemaakt en uw broer ook! Er zijn niet veel mensen die na hun 85ste gewoon nog even de fiets pakken". Ondertussen doucht hij zich, de gehoorapparaatjes gaan uit, waardoor er een stilte valt, want meneer van Dalen hoort me niet meer. Toch iets waaraan ik merk dat deze man al 88 is, verder zou je zeggen dat hij 68 is. Na het afdrogen en aankleden vertelt hij verder. "Ik heb altijd veel gesport, eerst gevoetbald en daarna getennist. En altijd dus veel gefietst hè. Ik was pas tien toen ik leerde fietsen, want de eerste jaren na de oorlog konden we niet eens aan een fiets komen, te duur en ze waren er nauwelijks, maar toen ik er één had, vond ik het heerlijk om erop uit te gaan."
"Ik moet wel weer fit worden hoor. Mijn vrouw heeft deze periode goed voor mij gezorgd, maar ze heeft onlangs te horen gekregen dat ze een spierziekte heeft en dat het alleen maar minder gaat worden de komende tijd." Opnieuw ervaar ik kippenvel. Goh, wat naar. Ik voelde zoveel liefde van deze sterke man voor zijn vrouw! Gelukkig is deze hobbel van de gebroken heup weer genomen in het leven. Met behulp van de douchestoel is hij zelfstandig, hij kan bukken en is weer beweeglijk zonder valgevaarlijk te zijn. Ik sluit de zorg af en wens het echtpaar veel lichtpuntjes toe in alles wat ze nog mee mogen en moeten maken. Dit mooie gesprek voeg ik toe aan de pareltjes die in mijn rugzak zitten en die ik niet meer ga vergeten.
Wil je ook bij TSN komen werken? Kijk dan op www.werkenbijtsn.nl voor onze vacatures.
*Vanwege privacy is in dit artikel niet de echte naam van meneer van Dalen gebruikt.