Jij bent uniek

Het unieke verhaal van…

Arletta

De dag van Arletta begint vroeg. Dat vindt Arletta prettiger dan ’s avonds lang doorgaan. Om 6 uur is ze op pad, op weg naar haar eerste client. Zo ook deze dinsdag.

Geen dag hetzelfde, afwisseling volop

De dag van Arletta begint vroeg. Dat vindt Arletta prettiger dan ’s avonds lang doorgaan. Om 6 uur is ze op pad, op weg naar haar eerste client. Zo ook deze dinsdag. 

‘Half 7 wil Meneer Derksen graag uit bed. Hij staat z’n hele leven al vroeg op. Dat zit er zo in gesleten. Dus als we dat weten en we kunnen het regelen, dan doen we dat. Daarna ga ik op weg naar Mevrouw van Dam. Die is dan al op, maar moet steunkousen aan en er moet even gekeken worden of ze haar medicijnen heeft genomen. Mevrouw van Dam wordt langzaam een beetje vergeetachtig. Ik heb het er al met haar zoon over gehad. Als het erger wordt, gaan we overleggen met de casemanager Dementie. Er is dan nog wel geen dementie vastgesteld, maar wanneer je er vroeg bij bent kan je nog veel regelen zodat mevrouw van Dam zo lang mogelijk thuis kan blijven wonen.

Hier drink ik altijd even een kopje koffie. Gezellig.'

De volgende stop is Mevrouw Vrenegoor. ‘Haar man is ook al op leeftijd en kan niet meer goed voor haar zorgen, maar doet wel wat hij kan. Hij vindt het fijn als we samen voor zijn Ans zorgen. Lieve man, Meneer Vrenegoor. ‘

Dan is het door naar Johan. Johan is nog jong maar door een ongeluk gehandicapt en heeft de nodige zorg nodig. ‘Het is leuk bij hem. Hij heeft het niet makkelijk maar is onverwoestbaar positief. Heb ik wel bewondering voor.‘

Na Johan komen de kinderen uit school. ‘Ik haal ze even op en eet wat met ze. Het is fijn dat je dit zo kan inpassen in je werk. Privé is ook heel belangrijk tenslotte.’

‘In de middag ga ik nog even langs bij Mevrouw van Dam. Normaal komt haar zoon langs, maar die liet weten daar vandaag niet aan toe te komen. Een kort bezoekje vertelt dat alles in orde is en mevrouw goed van de dagvoorziening is terug gekomen.‘

Om 2 uur is er een korte vergadering met het team. Het werk van een wijkverpleegkundige lijkt individueel, maar het is teamwork. ‘Om 3 uur ben ik thuis. Mijn dinsdag zit erop. Administratie is onderweg bijgewerkt op de tablet, de planning voor de volgende dag staat er al weer in. De kinderen komen zo thuis. Ik vind het belangrijk om dan thuis te zijn. Even zitten. Thee, wat lekkers. Even horen hoe het ging op school. Ze hebben het leuk gehad. Ik ook. 

Morgen is er weer een dag.’